SmartSet®

Voor het toedienen van contrastvloeistof en intraveneuze vloeistof ten behoeve van MRI of MRA
MR-compatibel: Geschikt voor gebruik in de MR-omgeving
(voorspoel-inhoud 6 ml)

Bewaren in een koele, droge en geklimatiseerde omgeving.
Niet gebruiken na de vervaldatum.
Alleen op voorschrift: Gebruiken in opdracht van een arts

STERIEL EO ETOH-gesteriliseerd
Voor eenmalig gebruik
Gebruiksaanwijzing in de verpakking
Vervaldatum:

SmartSet® Gebruiksaanwijzing

Vul de SmartSet met een fysiologische zoutoplossing of andere intraveneuze vloeistof. Geadviseerd wordt minimaal 20
ml fysiologische zoutoplossing te gebruiken om de contrastvloeistof door de slang en de ader te laten stromen. Door te
beginnen met een injectiespuit die gevuld is met 30 ml fysiologische zoutoplossing, is het mogelijk de SmartSet eerst
voor te spoelen met 6 ml fysiologische zoutoplossing, daarna de intraveneuze lijn één of twee keer te testen door 2 ml
fysiologische zoutoplossing te injecteren en nog 20 ml over te houden om de contrastvloeistof gadolinium door de
slang te spoelen.

1 Verwijder de beschermdopjes

2 Sluit de injectiespuit met de fysiologische zoutoplossing aan

3 Vul de SmartSet met de fysiologische zoutoplossing

4 Sluit de SmartSet aan op de intraveneuze katheter (drukverbinding)

5 Maak de SmartSet vast aan de katheter door het luer-lock-mechanisme naar voren te draaien (met de wijzers van
de klok mee)

6 Plak de SmartSet met 3 of 4 stukjes tape vast om te voorkomen dat deze onbedoeld losraakt

7 Het testen van de intraveneuze lijn:
· Injecteer de fysiologische zoutoplossing
· Er mag geen weerstand gevoeld worden
Het opzuigen:
· Verwijder de Y-verbinding en sluit een injectiespuit direct op het uiteinde van de slang aan
· Trek de zuiger van de injectiespuit terug totdat er bloed verschijnt in de slang
· Spoel de SmartSet altijd na met een fysiologische zoutoplossing om het bloed uit de slang te verwijderen voordat
het begint te stollen

8 Het gebruik van de intraveneuse lijn:
· Verwijder de Y-verbinding (dek het mannelijke eind van het luer-lock-mechanisme af om besmetting te voorkomen)
· Sluit de slang aan
· Gebruik kleine zakjes vloeistof (250 ml) om te voorkomen dat er onbedoeld te veel vloeistof wordt toegediend
· Sluit de Y-verbinding weer aan wanneer injectie kan plaatsvinden.

9 Na beëindiging van de MRA:
· Sluit de slang af met een klemmetje voordat deze verwijderd wordt, zodat de vloeistof er niet uit druppelt
· Plak verbandgaas op de injectieplaats om bloeden te voorkomen
· Zorg ervoor dat alle naalden worden afgevoerd in een naaldencontainer